De grenscompensatie

De grenscompensatie (eng. Border Carbon Adjustment of BCA) is bedoeld om twee belangrijke uitdagingen aan te pakken: bescherming van de EU-industrie tegen oneerlijke concurrentie en bevordering van een bredere invoering van effectieve koolstofprijzen.

Wanneer er wordt gehandeld met regio’s met een lagere of zonder koolstofprijs, komt op geïmporteerde goederen een importheffing op basis van hun koolstofintensiteit, en goederen die uit de EU worden geëxporteerd, krijgen een restitutie. Dit creëert een eerlijke internationale markt en voorkomt het verlies van industrie aan meer vervuilende landen, de zogenaamde “lekkage”. EU-bedrijven kunnen dan op gelijke voet concurreren met hun internationale concurrenten.

Het is mogelijk om de implementatiekosten te beperken door het toepassingsgebied van de grenscompensatie te beperken tot goederen die worden geclassificeerd als Energy Intensive and Trade Exposed, meestal aangeduid als EITE (bijvoorbeeld staal, beton, papier, keramiek en chemicaliën zoals meststoffen).  Dit vermindert de hoeveelheid te controleren goederen.

Een grenscompensatieregeling is verenigbaar met de WTO-regels van zowel artikel II.2 als III.2 van de Gatt  (The German Marshall Fund of the United States, 2013). Het is bovendien in beginsel vastgelegd in artikel XX, onder b) en g), van het Protocol van Montreal betreffende de afbraak van de ozonlaag. Deze jurisprudentie heeft bevestigd dat de WTO-regels geen voorrang hebben op het milieu. Om de facto legitimiteit te verkrijgen, wordt de voorkeur gegeven aan gecoördineerde adoptie door de grote spelers.

De grenscompensatie creëert een economische stimulans voor andere landen een koolstofheffing in te voeren. Handelspartners worden gestimuleerd om een passende koolstofprijs in te voeren om de inkomsten uit de koolstofprijs binnen hun eigen economie te houden.